Hoogbegaafdheid

Bij het begrip ‘hoogbegaafd’ krijg je meestal een clichébeeld van de ‘kleine professor’. Maar niets is minder waar. Hoogbegaafden zijn vaak gezellige mensen, maar met een aparte gebruiksaanwijzing.

Voor hoogbegaafden geldt in het algemeen dat ze aangeboren vermogens hebben om op meerdere vlakken iets heel goed te kunnen. Maar dit wil niet zeggen dat zij een toverstokje hebben. Was het maar zo simpel. Ook een hoogbegaafde moet worden gesteund en gemotiveerd om zijn vermogens optimaal te kunnen benutten.

Je zou dit kunnen vergelijken met een zaadje van een plant. Wanneer je een zaadje in een grote bak met water gooit en je schudt flink, dan zal het zaadje zinken of gaan drijven maar meestal niet meer gaan kiemen. En zo werkt het ook een beetje bij hoogbegaafden. Ga je aan zijn mogelijkheden geen aandacht of richting geven, dan zal een hoogbegaafde zich minder ontwikkelen, omdat hij zijn capaciteiten niet kan ontplooien. Ga je echter te veel van hem verwachten, dan zal dat ook zorgen voor een mindere ontwikkeling. Dan zet je hem namelijk onder druk en wordt het onoverzichtelijk voor de hoogbegaafde. Dit kan vervelende gevolgen hebben, zoals gedragsproblemen. Denk hierbij aan driftbuien en woedeaanvallen.

Typische kenmerken van een hoogbegaafd kind

Hoogbegaafden gebruiken graag metaforen om iets uit leggen. Voor hoogbegaafden is dit een manier om hun geheugen te beschrijven. Zij leven in feite vanuit het hart leven en voor hen is dit een manier om tot inzicht te komen. Een manier om een bepaalde vraag te verhelderen en zo hun gedachten en/of emoties te onderzoeken.

Hoogbegaafdheid is niet iets wat je in de loop van je leven ontwikkelt. Het is een aanleg die vanaf het moment dat een zaadcel en een eicel samensmelten wordt vastgelegd in de genen. Een hoogbegaafde heeft een bepaalde intelligentie en vermogens om zich op verschillende gebieden te kunnen ontplooien, wat zich kan uiten in talenten. Die kenmerken staan dus voor een groot deel al vast vóór de geboorte. Maar als geen gunstige omgeving is waarin de hoogbegaafde zijn talenten kan ontplooien en als de motivatie bij hem ontbreekt, zal dit gevolgen hebben voor zijn ontwikkeling.

Al heel vroeg zijn signalen waarneembaar die later een aanwijzing blijken te zijn voor hoogbegaafdheid. In principe is het in het baby-, peuter- en kleuterstadium nog wat te vroeg om te kunnen beoordelen of iemand potentieel hoogbegaafd is. Maar als iemand op latere leeftijd deze diagnose krijgt, zijn dit wel vaak de signalen die eraan vooraf zijn gegaan.

Meestal spreekt men op jonge leeftijd (3-6 jaar) niet over hoogbegaafdheid, maar over ontwikkelingsvoorsprong. Het is namelijk op deze leeftijd nog niet te achterhalen of deze ontwikkelingsvoorsprong tijdelijk of blijvend is.

Babystadium

Moeders krijgen heel vaak te horen dat een koptelefoon op de buik met rustgevende muziek goed voor de baby is. Op die manier zouden baby’s na de geboorte op een onrustig moment tot rust komen. Dat geldt niet voor een hoogbegaafd kind. Hun zintuigcellen zijn sterk ontwikkeld. Het geluid van de muziek komt dan ongelofelijk hard bij hen aan. Dat zal hen enorm laten schrikken, zodat ze ervan gaan schoppen.  Dit kán de eerste aanwijzing zijn.

Iets ander opvallends, waarover ouders van hoogbegaafde kinderen vaak vertellen, is dat op het moment dat ze op de wereld zijn en lekker op de buik van hun moeder liggen of rechtop gehouden worden ze met grote, heldere ogen eerst om zich heen kijken. De sterke waarneming is meteen na de geboorte aanwezig, wat leidt tot onrust bij baby’s. Ze huilen meer, de manier om alle opgevangen indrukken te uiten. Vooral bij mensen die depressief of negatief zijn, kunnen ze zich ongemakkelijk gedragen. Zij zijn heel vroeg al gevoelig voor energie, sfeer en de stemmingen van anderen.

Al vroeg zie je hun onderzoekende houding. Ze observeren bijvoorbeeld heel nauwlettend hoe iemand zijn benen gebruikt om te lopen en slaan daarom de tussenstap van kruipen naar lopen vaak over. De sterke ontwikkeling van hun zintuigcellen geldt ook voor de smaakzintuigen. Er is sprake van een (sterke) voorkeur voor bepaalde smaken. Door alle prikkels kunnen ze minder (goed) slapen en slaan ze al gauw hun overdagdutje over.

Peuterstadium

Heel vaak zie je rond de peuterleeftijd zich al een soort artistieke begaafdheid manifesteren. Meer dan een gemiddeld kind kunnen ze realistisch tekenen en schilderen. Zij hebben een sterke motorische ontwikkeling, dit geldt zowel voor de fijne als de grove motoriek. Ze zijn zeer geïnteresseerd in getallen en kleuren. Een snelle vordering merk je in hun taalontwikkeling. Zo gebruikt een gemiddeld kind tussen de 2 en 2,5 jaar driewoordzinnen, maar een hoogbegaafde van dezelfde leeftijd vier- tot vijfwoordzinnen of zelfs nog langere zinnen. Ze ontwikkelen een grotere woordenschat dan hun leeftijdsgenoten. Ze zijn niet hyperactief, maar wel steeds in beweging. Het verschil zit ook in het geconcentreerd kunnen zijn, vooral als ze bijvoorbeeld een stuk speelgoed hebben waarin ze heel erg geïnteresseerd zijn. Daarnaast hebben ze veel fantasie, waardoor ze soms ook angstig kunnen zijn. Ook opvallend is dat ze de kennis van wat ze voorgelezen krijgen of op televisie zien niet vergeten. Sterker nog, ze gebruiken die kennis. Zelfs de ouders weten niet hoe en wanneer ze daaraan zijn gekomen.

Kleuterstadium

Wat bij het peuterstadium is beschreven, zie je in het kleuterstadium sterker worden. Het taalvermogen van kleuters die in aanleg hoogbegaafd zijn is sterker dan gemiddeld. Dit uit zich in het gebruik van een goede zinsopbouw. Ook is hun woordenschat groter en gevarieerder en hanteren ze opvallend taalgebruik. Ze stellen meer dan gemiddeld de waaromvraag en vragen steeds door. Hun sterke wil is ook duidelijk in deze periode: het zijn dominante figuren die duidelijk maken wat ze willen en ze zeggen meestal wat er in hen omgaat. Ook zijn ze heel energiek; alsof ze nooit rust en slaap nodig hebben, continu gaan ze door. Wat je in deze periode leerkrachten hoort zeggen, is dat deze kinderen tijdens het kringgesprek niet stil kunnen zitten, zich altijd en overal mee bemoeien en hun woordje klaar hebben. Wat vaak ten onrechte wordt bestempeld als ADHD. Verder is ook in dit stadium hun sterke geheugen goed waarneembaar. Ze kunnen vertellen wat al een halfjaar of jaar geleden is gebeurd en erover praten alsof het pas gisteren is voorgevallen. Zij maken veel vriendjes, maar zullen altijd op zoek gaan naar leeftijdsgenoten die net als zij zijn. Verder zijn ze sociaal en niet bang om te praten met vreemde mensen. Ze denken op een andere manier dan hun leeftijdsgenoten.

Mogelijke problemen op school

Soms kunnen hoogbegaafden op school niet goed gedijen. Dit omdat er moeilijkheden ontstaan doordat ze alle kennis die ze aangereikt krijgen sneller vergaren en verwerken dan hun klasgenoten. Dat kan als gevolg hebben dat zij buiten het groepje vallen. Er is immers een verschil in denkwijze. De aansluiting, die waarschijnlijk al ontbrak of heel dun was, wordt groter en bestempeld als antisociaal gedrag. Daardoor kan een selffulfilling prophecy voor de hoogbegaafde ontstaan: de gedachte maakt zichzelf waar. Een hoogbegaafde denkt bijvoorbeeld: “de anderen zullen vinden mij denk ik niet sociaal”. En vanuit die gedachte gaat hij zich dan ook zo gedragen.

Geen uitdaging

Op school zie je ook vaak niet effectief gedrag als de hoogbegaafde geen of weinig behoefte heeft aan herhaling, terwijl geleerde kennis en vaardigheden vaak worden herhaald. Al gauw worden de lessen als saai ervaren, omdat die hem geen uitdaging bieden. Of hij haalt goede resultaten zonder (veel) inspanning. Later in het voortgezet onderwijs heeft dit als gevolg dat leren leren nauwelijks aan de orde is gekomen, omdat de hoogbegaafde steeds beneden zijn niveau gepresteerd heeft en de antwoorden van oefeningen op een gegeven moment automatisch kon geven. Op deze manier is het ook lastig om een goede werkhouding (taakgerichtheid of motivatie) te ontwikkelen. Want hoogbegaafden zijn in staat de leerinhouden zonder veel inspanning op te pikken, waardoor ze weinig of geen leer- en studievaardigheden ontwikkelen.

Sociale invloeden

Ook de mensen in de omgeving van hoogbegaafden kunnen een belemmerende factor zijn voor hen. Hoogbegaafden zijn heel nieuwsgierig en leergierig. Ze stellen vaak waaromvragen en vragen graag door. Voor een ander kan dit bedreigend of dominant overkomen. Die zal daarop een negatieve reactie kunnen geven. Dit gebeurt helaas in het onderwijs nog te vaak door leerkrachten. Het kind stelt een vraag over een bepaald onderwerp, maar wil er meer over weten en gaat door met vragen. Wanneer de leerkracht vindt dat hij van zijn lesstof gaat afwijken, zegt hij op een gegeven moment tegen het kind dat het moet ophouden met steeds vragen stellen. Of het hoogbegaafde kind wordt als een stoorzender in de klas ervaren. Of het is elke keer hetzelfde kind dat antwoord geeft op de vragen van de leerkracht, waardoor hij tegen het kind zegt: ‘Houd nu maar je mond, laat andere kinderen het antwoord geven.’ Ook personen die een hoogbegaafde op autoritaire wijze vertellen wat er gedaan en hoe er gewerkt moet worden, zullen snel merken dat dat bij hoogbegaafden averechts werkt. Terwijl het gedrag van het kind alleen maar voortkwam uit enthousiasme. Door dit soort opmerkingen van de leerkracht, die hij in principe vertrouwt, zal het kind enorm worden gekwetst. Deze kinderen komen dan in een isolement terecht, omdat er geen aansluiting is met leeftijdsgenoten en vanwege het onbegrip vanuit de omgeving.

Negatieve emoties

Het spreekt voor zich dat iemand die zijn ei niet kwijt kan op een gegeven moment niet goed in zijn vel komt te zitten en bijvoorbeeld depressieve klachten gaat vertonen. De depressie uit zich in de volgende symptomen: de prestaties van de hoogbegaafde gaan achteruit en hij komt vast te zitten met zijn emoties, wat gevolgen heeft voor zijn cognitieve capaciteiten. Bijvoorbeeld voor het werkgeheugen, ofwel kortetermijngeheugen, dat een belangrijke rol speelt in informatieverwerkingsprocessen. Doordat de emoties steeds verschillend zijn, worden deze op verschillende manieren geuit. Voor hoogbegaafden die moeite hebben met emoties uiten, kunnen zij soms stug en zelfs ongepast reageren.

Aandachtspunten bij hoogbegaafde kinderen en jongeren

Gunstige ontwikkelingsinvloeden creëren

Potentiële hoogbegaafden laten dus in de eerste jaren duidelijk een snellere ontwikkeling zien vergeleken met hun leeftijdsgenoten. Vooral wanneer ze in een gunstig milieu vertoeven, zul je merken dat zij heel erg leergierig zijn en steeds maar vragen stellen en doorvragen. Opnieuw de metafoor van het zaadje: plant dat zaadje in de goede omgeving. Dan zul je het zien bloeien. Het is de kunst om een passende balans te vinden voor een hoogbegaafde. Daarbij  zijn ook de omgevingsinvloeden heel belangrijk. Op een plek waar gunstige ontwikkelingsinvloeden zijn, zul je merken dat zo’n persoon binnen een mum van tijd tot bloei komt. Maar pas op: de factor motivatie is daarbij erg cruciaal. Want motivatie bepaalt de relatie die de hoogbegaafde onderhoudt met zijn omgeving.

Ontwikkel discipline en structuur en geef instructies

Het is belangrijk dat je naar de behoeften en wensen van een (potentiële) hoogbegaafde kunt luisteren. Hoogbegaafden gaan eerder gemotiveerder aan het werk wanneer ze zelf mogen kiezen of hun eigen inbreng hebben bij een onderwerp. Heb niet de misvatting dat hoogbegaafden geen instructies nodig hebben, het tegendeel is bewezen. Net als iedereen heeft ook een hoogbegaafde instructies, structuur en discipline nodig. Ook is het een misvatting om te denken dat een hoogbegaafde geen grenzen nodig heeft. Grenzen stellen laat een hoogbegaafde controle krijgen over zichzelf en over de situaties om hem heen. Dat zal hem rust en overzicht geven. Daarnaast speelt communicatie een belangrijke rol. Vermijd dodelijke uitspraken als ‘We hebben daar geen tijd voor!’, ‘Val me niet lastig!’ of ‘Iemand zo slim als jij moet dat gewoon kunnen’.

Wat kan ik betekenen?

Voor het kind of de jongere

In mijn praktijk komen steeds meer kinderen en jongeren die meer meer- of hoogbegaafd zijn. En ik kan mij voorstellen dat je je afvraagt wat je van mij kunt verwachten. Dat leg ik graag uit. Behalve dat we gaan praten over alles wat hierboven staat beschreven, gaan we aan de slag met mindset. Je mindset wordt bepaald door de overtuigingen die je hebt over je intelligentie, vaardigheden en kwaliteiten. Iemand met een vaste mindset is ervan overtuigd dat kwaliteiten vaste eigenschappen zijn, en dat deze eigenschappen verantwoordelijk zijn voor succes. Eerder behaalde goede resultaten worden gezien als een deel van de eigen identiteit en daardoor worden – vaak onbewust- uitdagingen, leerzame kritiek en successen van anderen als bedreiging gezien. Iemand met een vaste mindset durft niet altijd zichzelf te zijn, ziet kwetsbaarheid als zwakte en vraagt niet graag om hulp. De grootste angst is om dom over te komen, te falen of om zich afgewezen te voelen. Een vaste mindset maakt het daardoor lastiger om je verder te ontwikkelen waardoor je minder bereikt dan mogelijk is. Iemand met een op groei gerichte mindset gelooft dat kwaliteiten, intelligentie en persoonlijkheid niet vast staan, maar dat je je verder kunt ontwikkelen door te leren en ervaringen op te doen. Iemand met deze houding durft meer zichzelf te zijn en ziet kwetsbaarheid als een kracht. Mensen met een groeimindset geloven dat je je kunt ontwikkelen door er moeite voor te doen.

Voor ouders

Een hoogbegaafd kind opvoeden kan best lastig zijn. Hoe ga je om met eindeloze discussies? Of met heftige emotionele reacties?
De meest gebruikelijke manier van opvoeden, het straffen en belonen, werkt lang niet altijd bij hoogbegaafde kinderen. Soms moet je er anders mee omgaan. Ik probeer in eerste instantie uit te leggen welke intentie vanuit het hoogbegaafd zijn achter het gedrag zit en ik zal daarbij handvatten geven. soms is een enkel gesprek al genoeg om verder te kunnen en soms is daar wat meer tijd voor nodig. 

Ook kunnen er vragen zijn over school. Samen kunnen we kijken wat het kind nodig heeft om op school voldoende cognitieve uitdaging te krijgen en om lekker in zijn vel te zitten op school. Ik kan meegaan naar school om samen oplossingen te zoeken binnen de mogelijkheden van de school. 

Voor scholen

Scholen worden geacht aan elke leerling passend onderwijs te bieden. Maar voor hoogbegaafde leerlingen valt dit vaak niet mee. Naast de vraag hoe voldoende cognitieve uitdaging kan worden geboden aan hoogbegaafde leerlingen kunnen er ook andere vragen leven met name op het gebied van welbevinden van hoogbegaafde leerlingen en het of het onvoldoende effect zien van al ingezette handelingsplannen. Ook het vermoeden van onderpresteren bij leerlingen kan de vraag opwerpen hoe deze leerlingen op te sporen en hiermee om te gaan.

Scholen hebben beperkte middelen en veel ‘doelgroepen’ in hun onderwijs; specifieke expertise kan daarom soms beter worden ingehuurd. Ik ben betrokken bij ambulante begeleidingstrajecten op basisscholen, zowel gericht op individuele kinderen of op scholen als geheel. Ik kan daarbij individuele kinderen coachen, maar ook leerkrachten helpen om in hun rol te komen naar een specifiek hoogbegaafd kind. Allereerst wordt samen met de school, de ouder(s) en het kind in kaart gebracht wat de behoeften zijn op het gebied van leren en zijn welbevinden. Het is mogelijk dat ik daarbij een behandelplan opstel waarin we de doelen voor het kind vastleggen, uiteraard in nauw overleg met de leerkracht en IB-er, die we op regelmatige basis evalueren. 

Wil je meer informatie? Vul dan onderstaand contactformulier in!

14 + 9 =

Bel
Route